Zelfgemaakte quiche

Een hartige taart uit de oven is een heerlijk lunchgerecht dat je gemakkelijk van te voren kunt maken en waarop je eindeloos kunt variëren. Laat alle pakje, zakjes en mixen eens achterwege en maak ‘m helemaal zelf. Eigenlijk heel simpel, zelfs het deeg.

Voor het deeg meng je 250 gram bloem met een mespunt zout. Doe er 125 gram harde boter bij en snij met 2 messen de boter in piepkleine stukjes. Voer 125 ml water bij en kneed er snel met je handen een deegbal van. Leg het deeg afgedekt minimaal 1 uur in de koelkast (dit kun je ook de dag van tevoren doen).

Maak 1 ui en 2 courgettes schoon. Snijd ze in blokjes. Bak de ui in 1 el olijfolie tot de ui begint te glanzen. Voeg de courgette toe en bak op hoog vuur ongeveer 5 minuten. Klop intussen je 4 eieren los met 100 ml melk, zout en peper. Rasp 150 gram kaas en snijd 100 gram gekookte ham in blokjes. Meng de kaas door het eimengel en de hamblokjes door de courgette.

Vet een quichevorm van 22-24 cm doorsnede in met een beetje boter of olie. Haal het deeg uit de koelkast, strooi wat bloem op je aanrecht en rol hierp het deeg uit tot een grote lap. Vouw de lap in drieën en een keer dubbel en rol het nogmaals uit tot een lap deeg die in je quichevorm past.  Bekleed de vorm met het deeg. Prik met een vorm wat gaatjes in de bodem. Verdeel de courgette over de bodem en schenk het eimengsel in de vorm. Bak de quiche in een voorverwarmde oven op 220 °C in 20-25 minuten gaar en goudbruin.